Actueel

 

02-11-'15

WODC-onderzoek internationale kinderontvoering

Onderzoekers van UCERF hebben in samenwerking met de DSP-groep onderzoek gedaan naar internationale kinderontvoering. Het betrof een procesevaluatie en rechtsvergelijking van de procedure bij inkomende zaken internationale kinderontvoering dat in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie werd uitgevoerd. Eind oktober is het onderzoeksrapport  ‘Internationale kinderontvoering De uitvoeringspraktijk van inkomende zaken in Nederland, Engeland & Wales, Zweden en Zwitserland’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Klik hier voor het volledige onderzoeksrapport en een samenvatting.
Lees meer >

Op jaarbasis zijn er in Nederland ongeveer 50 inkomende zaken internationale kinderontvoering. Dit zijn zaken waarbij een kind ongeoorloofd vanuit het buitenland naar Nederland wordt overgebracht. Op grond van (inter)nationale wetgeving is Nederland verplicht om dit soort zaken met spoed te behandelen. Sinds 2009 heeft een aantal belangrijke wets- en beleidswijzigingen plaatsgevonden om de procedure bij inkomende zaken internationale kinderontvoering te bespoedigen. De voornaamste wijzigingen bestonden uit een veranderende rol voor de Centrale autoriteit (van procesvertegenwoordiger naar stelselvertegenwoordiger), het concentreren van de rechtsmacht in Den Haag en het beperken van de cassatiemogelijkheid in het belang der wet. Het onderzoek ziet op de vraag of deze wijzigingen worden uitgevoerd zoals beoogd en hoe de Nederlandse uitvoeringspraktijk zich verhoudt ten opzichte van de uitvoering in andere landen met een vergelijkbaar stelsel.

Uit het onderzoek blijkt dat de wijzigingen op hoofdlijnen worden uitgevoerd zoals beoogd, waarbij duidelijk naar voren komt dat alle betrokken partijen zich inspannen om de procedure zo goed mogelijk te laten verlopen voor de ouders en het kind. Het proces kan op echter op enkele punten worden verbeterd, waarbij het noodzakelijk is dat er een goede afstemming tussen de partijen komt en dat zij gefaciliteerd worden bij hun dienstverlening.

Op de volgende onderdelen zijn verbeteringen mogelijk:

  • Duidelijkheid verschaffen over de verplichtingen en bevoegdheden van de Ca
  • Inzichtelijker maken van hoe de processen op zaakniveau verlopen, bij welke partijen, en wat momenten en redenen van uitval zijn.
  • Duidelijkheid verschaffen over de rol van het IKO-nummer en de (financiële) consequenties voor ouders en professionals indien het IKO-nummer ontbreekt.
  • Verbetering van de doorlooptijden in met name het eerste deel van het proces.
  • Meer toezicht en begeleiding bij (gedwongen) teruggeleidingen.

Het onderzoeksrapport verschijnt begin november ook bij Boom Juridische uitgevers in de reeks Familie en Recht: M. Jonker, M. Abraham, C. Jeppesen de Boer, W. Van Rossum & K. Boele Woelki, Internationale kinderontvoering, De uitvoeringspraktijk van inkomende zaken in Nederland, Engeland & Wales, Zweden en Zwitserland. Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2015.

< Terug

 
 

24-09-'15

Promotie Natalie Nikolina

Op 23 oktober vond de promotie van Natalie Nikolina plaats om 14:30 uur in de Senaatszaal van het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht. Het proefschrift met de titel ‘Divided Parents, Shared Children. Legal aspects of (residential) co-parenting in England, the Netherlands and Belgium’ beschrijft een socio-juridisch, rechtsvergelijkend onderzoek naar verblijfsco-ouderschap in de rechtsstelsels van Engeland, Nederland en België. Het onderzoek maakt deel uit van een groot onderzoek naar verblijfsarrangementen and het invloed daarvan op kinderen en ouders. Haar boek is gepubliceerd in de European Family Law serie en kan hier gevonden worden.

 
 

29-06-'15

Verslag symposium Invoering beperkte huwelijksgoederengemeenschap in Nederland

Het wetsvoorstel voor de invoering van het beperkte huwelijksgoederengemeenschap in Nederland heeft tot de nodige discussie geleid binnen het familierecht. Op 22 mei 2015 vond het symposium ‘Invoering beperkte huwelijksgoederengemeenschap in Nederland: Commentaren vanuit het buitenland, praktijk, politiek en wetenschap’ plaats te Utrecht georganiseerd door UCERF in samenwerking met het open access forum Familie & Recht, de notariële opleiding Utrecht en het Notarieel Instituut Groningen. Onder voorzitterschap van Prof. Katharina Boele-Woelki was de middag in twee delen gesplitst.
Het eerste deel had een vergelijkend-rechtelijke perspectief. Om een kader te vormen presenteerde Prof. Leon Verstappen (RUG) het Nederlandse wetsvoorstel inclusief zijn voorstellen tot aanvulling ter reactie op de kritieken geuit in de literatuur. Vervolgens werd vanuit het oogpunt van drie Europese landen de opgeworpen knelpunten van het Nederlands wetsvoorstel besproken. Prof. Charlotte Declerck (Universiteit Hasselt/Leuven) gaf commentaar vanuit het Belgisch perspectief, Rechtsanwalt Wolfgang Eule (Kanzlei Eule & Dr. Tangenberg) vanuit het Duitse perspectief en Mia Reich-Sjögren (Advocate te Göteborg) vanuit het Scandinavische perspectief. Alle drie de sprekers illustreerden hoe in hun landen de knelpunten wel of juist helemaal geen problemen vormden.
In het tweede deel van de middag waren er reacties vanuit de praktijk, politiek en wetenschap gevolgd door een discussie met het publiek en de sprekers. mr. Foort van Oosten, mede-initiatiefnemer van het wetsvoorstel en Tweede Kamerlid voor de VVD reageerde vanuit de politiek. Vanuit de praktijk sprak ten eerste notaris mr. Peter Blokland (Daamen de Kort van Tuijl Notarissen) en vervolgens advocaaat mr. Thomas Subelack (Banning Advocaten) over de voor- en nadelen van het voorstel.

 
 

29-06-'15

Comparative African Legal Studies

Katharina Boele-Woelki heeft vorig jaar samen met collega’s uit Zuid-Afrika een nieuwe boekenserie opgericht. De missie van de serie is als volgt omschreven:
The series Comparative African Legal Studies (CALS) aims to profile research in the fields of children, youth, families, gender, disability, education and socio-economic rights. The focus will be on contemporary issues in African development, with human rights as a backdrop. Although primarily concerned with law, a multidisciplinary approach will be undertaken. 
Het eerste boek in de serie is geschreven door Maria Usang Assim (Understanding Kinship Care of Children in Africa). Zij was in 2013 voor drie maanden verbonden aan UCERF. De serie verschijnt bij Eleven Publishing. U kunt het hier vinden.

d679924c-61af-4dc0-8a9a-a73244097ffdVan links naar rechts: Prof. Benyam Mezmur (African Committee on the Rights and Welfare of the Child, Chair of the UN Committee on the Rights of the Child, Professor University of the Western Cape); Julia Sloth-Nielsen (African Committee on the Rights and Welfare of the Child, Professor University of Western Cape & University of Leiden); Danwood Mzikenge Chirwa (Professor University of Cape Town); Katharina Boele-Woelki (Professor Utrecht University & University of the Western Cape).

 
 

29-06-'15

Rapport voor het Europees Parlement over de implementatie van Richtlijn 2006/54/EC 

Dr. Susanne Burri heeft in opdracht van het Europees Parlement een rapport geschreven over de implementatie van de zogenaamde EU-herschikkingsrichtlijn (Richtlijn 2006/54/EC). In het rapport bespreekt ze de juridische aspecten van de implementatie, in het specifiek omtrent directe en indirecte discriminatie. De belangrijkste aanbevelingen in dit rapport heeft Susanne Burri op 31 maart gepresenteerd aan het Committee on Women’s Rights and Gender Equality. Het rapport kunt u hier lezen.