Actueel

 

01-05-'15

Uitnodiging symposium: ‘Invoering beperkte huwelijksgoederengemeenschap in Nederland’

Graag nodigen we u uit voor het symposium ‘Invoering beperkte huwelijksgoederengemeenschap in Nederland: Commentaren vanuit het buitenland, praktijk, politiek en wetenschap’ op 22 mei 2015.

De publicatie van het wetsvoorstel tot invoering van de beperkte gemeenschap in Nederland (nr. 33 987) heeft de nodige pennen in beweging gebracht. Tijdens het symposium wordt vanuit rechtsvergelijkend perspectief ingegaan op de knelpunten die in de literatuur zijn gesignaleerd. Sprekers uit o.a. Duitsland, België en Zweden/Noorwegen zullen hun licht schijnen op de gesignaleerde knelpunten. Vanuit de praktijk en de wetenschap zal hierop worden gereageerd.

Dit symposium richt zich met name op personen uit de beroepspraktijk zoals de advocatuur, het notariaat en de rechterlijke macht.

Het symposium, georganiseerd door het open access forum Familie & Recht, UCERF, de notariële opleiding Utrecht en het Notarieel Instituut Groningen, vindt plaats op vrijdag middag 22 mei 2015 van 13.00 tot 17.00 in de Raadzaal, Achter Sint Pieter 200, Utrecht. Zie hier de officiële uitnodiging. Aanmelden is mogelijk door versturing van het formulier (klik hier).

 
 

08-04-'15

Uitnodiging voor het 9de UCERF symposium

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij nodigen we u uit voor het negende UCERF symposium op 16 april 2015. Het symposium begint om 13.00 en eindigt om 17.00 met een hapje en een drankje. Zie hier de officiële uitnodiging. Aanmelden is mogelijk door versturing van het formulier (klik hier). Het symposium vindt plaats in de Geertekerk te Utrecht (klik hier voor de routebeschrijving).

We hopen u te zien op 16 april 2015!

 
 

08-04-'15

Verslag Artikel 1-lezing

Op 27 maart 2015 vond de Artikel 1-lezing plaats met als thema ‘Gelijkheid in het EU-recht: meerwaarde en beperkingen voor Nederland’ plaats. De Artikel 1-lezing is een initiatief van het Departement Rechtsgeleerdheid (Rechtstheorie) van de Universiteit Utrecht met een lange traditie om het juridische en politieke debat te stimuleren met betrekking tot de grondwettelijke anti-discriminatiebepaling als verwoord in artikel 1 van de Grondwet. Dit jaar gaf dr. Susanne Burri van UCERF een kritische beschouwing over de meerwaarde en beperkingen van het gelijkebehandelingsrecht van de EU voor Nederland.

IMG_0201K IMG_0203K

 IMG_0218KIMG_0213K

Foto’s met dank aan Joop de Smet 


Lees meer >

Nadat de voorzitter Prof. Ton Hol de lezing opende, begon Susanne Burri met het in kaart brengen van onderzoeken die laten zien dat discriminatie een probleem blijft in Nederland, bijvoorbeeld gezien het feit dat een kwart van de inwoners een discriminerend voorval in het afgelopen jaar heeft meegemaakt. Vervolgens zette Susanne Burri de belangrijkste Europese wetgeving en rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU uiteen om een duidelijk overzicht te geven van de discriminatiegronden, de werkingssfeer, de uitzonderingen en het toetsingssystematiek van het Europese gelijkebehandelingsrecht. Daarnaast besteedde ze aandacht aan enkele specifieke onderwerpen: discriminatie bij associatie; de interpretatie van het begrip handicap in het licht van het VN-handicapten Verdrag; positieve actie voor vrouwen en het aanhangige voorstel over een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in Raden van Besturen en Raden van Commissarissen); gelijk loon en outsourcing; bewijslast; en handhavingsaspecten. Susanne Burri concludeerde dat het EU gelijkebehandelingsrecht meerwaarde heeft voor Nederland gezien de jurisprudentie waarbij de bescherming is verhoogd en door de ontwikkeling van het concept van indirecte discriminatie, maar er zijn ook beperkingen.

Mr. Annejet Swarte van het College van de Rechten van de Mens was referent. Zij gaf  haar opinie omtrent de meerwaarde en beperkingen van het EU gelijkebehandelingsrecht. Door middel van het bespreken van enkele arresten van het Hof van Justitie, o.a. Meister, Jiminez Melgar, Kalanke en Odar, gaf zij de meerwaarde aan. Volgens Annejet Swarte is het echter een beperking dat de rechtspraak van het Hof van Justitie soms te complex is en niet altijd consistent lijkt waardoor het moeilijk kan zijn voor Nederlandse rechters om toe te passen. Zij concludeerde wel  dat de beperkingen niet op wegen tegen de voordelen. Vervolgens stelde zij enkele vragen die de basis vormde voor een interessante discussie met de aanwezigen omtrent o.a. het openbreken van het gesloten systeem.

De Artikel 1-lezing van dr. Susanne Burri was een succes, de aanwezigen kregen een omvangrijk beeld van de werking van het EU gelijkebehandelingsrecht en de discussie omtrent de meerwaarde en beperkingen voor het Nederlandse systeem.

< Terug

 
 

27-03-'15

Verslag Studiemiddag 13 maart 2015 ‘M/V en verder: sekseregistratie en de juridische positie van transgenders’

Op 13 maart 2015 vond de studiemiddag ‘M/V en verder: sekseregistratie en de juridische positie van transgenders’ plaats. Deze middag was georganiseerd door het Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB). In het kader van het WODC rapport met dezelfde titel, geschreven door  Marjolein van den Brink en Jet Tigchelaar, werd er gesproken en gediscussieerd over de toekomst van sekseregistratie onder het voorzitterschap van professor Titia Loenen (Universiteit Leiden). 
Lees meer >

Lisette Kuyper van het Sociaal en Cultureel Planbureau ging in op de prevalentie en sociaal maatschappelijke positie van transgenders en mensen met een intersekse conditie. Het rapport over sekseregistratie is met name relevant voor deze mensen omdat zij niet steeds gemakkelijk in de M/V categorieën passen. Hierna gaven Marjolein van den Brink en Jet Tigchelaar in vogelvlucht een overzicht van het WODC-onderzoek en hun bevindingen. Volgens de onderzoekers bestaan er nauwelijks internationaalrechtelijke belemmeringen voor het onbepaald laten van geslacht, omdat doorgaans ‘geslacht’ niet gedefinieerd is. Wel moet rekening worden gehouden met problemen bij de uitvoering ervan in de praktijk. De omvang en aard van de juridische en praktische gevolgen daarvan is afhankelijk van de vorm van registratie die wordt gekozen, en van de soort wetgeving (over bijvoorbeeld  vader- en moederschap, of over naar sekse gesegregeerde voorzieningen, zoals gevangenissen).

Vanuit de praktijk reageerde de voorzitter van het Transgendernetwerk Nederland, Carolien van de Lagemaat, op het rapport door de aanwezigen erop te wijzen dat het niet altijd makkelijk is om te leven als trans in de openbaarheid. Vanuit de politiek sprak Margreet de Boer, lid van de Eerste Kamer voor GroenLinks, over de aanleiding voor de onderzoeksopdracht en over de reactie van (inmiddels oud-) staatssecretaris Teeven op het rapport. COC woordvoerder Philip Tijsma deed een oproep aan het parlement en de regering om geslachtsregistratie af te schaffen. Machteld Vonk (Universiteit Leiden) belichtte het perspectief van het belang van het kind, waarbij ze zich afvroeg of het mogelijk zou zijn om in de geboorteakte in eerste instantie geen geslacht te registeren, en kinderen op latere leeftijd (Maar welke? 12, 16 jaar?) zelf te laten kiezen.

Na de pauze sprak Eric Gubbels van de NVVB. Hij beschreef de binnenlandse en buitenlandse internationale rechtsgevolgen in geval van afschaffing van sekseregistratie, bijvoorbeeld omtrent de erkenning van familierechtelijke betrekkingen, het naamrecht en het aangaan van een huwelijk. De binnenlandse gevolgen schatte hij  in als ‘kleine hindernissen’, echter de buitenlandse gevolgen kunnen grote problemen opleveren op het terrein van internationaal privaatrecht, niet alleen voor transgenders maar voor iedereen met Nederlandse documenten.

Miriam van der Have van het Nederlands netwerk intersekse/DSD noemde geslacht het meest misbruikte persoonsgegeven. Zij stelde dat er sinds de inwerkingtreding van de transgenderwet (juli 2014) feitelijk geen geslachtsregistratie meer plaatsvindt, maar enkel de registratie van genderidentiteit op basis van zelfidentificatie. Patrick Reijnen, privacyfunctionaris bij de gemeente Amsterdam, vond dat het niet meer registreren van het gegeven geslacht onwenselijk zou zijn, deels omdat er behoefte is aan gegevens over geslacht, maar ook omdat anders het gevaar bestaat dat organisaties zelf schaduwregistraties gaan aanleggen. Hij was echter wel voorstander van het restrictiever omgaan met de verstrekking van het geslachtsgegeven door het als bijzonder en (daarmee) privacygevoelig persoonsgegeven te beschouwen en uitdrukkelijk te toetsen op noodzakelijkheid alvorens het te verstrekken.

Titia Loenen stelde dat het internationaal gezien toch wenselijk is om geslacht te registreren, bijvoorbeeld voor het VN-Vrouwenverdragcomité, om genderongelijkheid aan te pakken. Daarnaast belichtte ze een specifiek juridisch probleem: hoe kunnen er seksegesegregeerde voorzieningen worden aangeboden zonder geslachtsregistratie? Hierbij wees ze op naar sekse gescheiden  voorzieningen in de jeugdzorg en psychiatrische instellingen, waar kwetsbare groepen veiligheid nodig hebben. Geertje Mak (Radboud Universiteit Nijmegen) vond een derde hokje een hele slechte (tussen)oplossing. Het zou leiden tot meer sekseongelijkheid, omdat ‘vrouwelijkheid’ en ‘mannelijkheid’ voor de ‘normale’ categorieën zouden worden geaccentueerd ten opzichte van het ‘abnormale’ derde hokje. Zij concludeerde dat voor sekseregistratie preciezer moet worden aangegeven wanneer het lichaam van belang is, wanneer een persoonlijk gevoel en wanneer een juridische kwalificatie of administratief gegeven? Mak pleitte ervoor bij de verstrekking van informatie over geslacht steeds te vragen waarom de overheid of de derde het gegeven nodig heeft. De partij die het gegeven aanvraagt zal het belang moeten aantonen.

Ter afsluiting van de boeiende studiemiddag, concludeerde Titia Loenen dat het algemeen gevoel van de aanwezigen en sprekers was dat afschaffing van geslachtsregistratie op termijn een goed doel zou zijn. Er bestond wel verschil van mening over de problemen die zouden moeten worden overwonnen om dit doel te bereiken. Het werd ook duidelijk dat al op de korte termijn kan worden ingezet op het veel restrictiever verstrekken van gegevens over geslacht, gezien de privacygevoeligheid van het persoonsgegeven geslacht.

< Terug

 
 

09-02-'15

Studiemiddag ‘M/V en verder: sekseregistratie en de juridische positie van transgenders’

Graag nodigen we u uit voor de studiemiddag ‘M/V en verder: sekseregistratie en de juridische positie van transgenders’ op 13 maart 2015.

Op deze studiemiddag worden enkele belangrijke thema’s en conclusies gepresenteerd uit het WODC rapport geschreven door dr. Marjolein van den Brink en dr. Jet Tigchelaar omtrent de vraag: Is het mogelijk om het huidige systeem van sekseregistratie als man of vrouw te veranderen met het oog op transgenders die zich niet thuis voelen in een van beide hokjes? De thema’s en conclusies worden becommentarieerd vanuit verschillende perspectieven (wetenschap, politiek, ambtelijke praktijk en eigen ervaring van belanghebbenden).

De studiemiddag, georganiseerd door de onderzoeksgroep UCERF van de Universiteit Utrecht in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, vindt plaats op vrijdagmiddag 13 maart 2015 van 13.00 tot 17.00 in de Raadzaal, Achter Sint Pieter 200, Utrecht.

Voor aanmelding en informatie kunt u mailen naar: secretariaat.privaatrecht@uu.nl

U kunt de officiële uitnodiging hier vinden.