8e UCERF symposium op 10 april 2014

Op donderdag 10 april 2014 heeft het achtste UCERF-Symposium over actuele ontwikkeling in het familierecht onder grote belangstelling in de Geertekerk te Utrecht plaatsgevonden.

Katharina Boele-Woelki heette de deelnemers welkom, waarna Jet Tigchelaar het eerste deel van de middag, dat in het teken van de rechtspositie van het kind stond, voorzat. Na de koffiepauze werd onder voorzitterschap van Merel Jonker gesproken over de positie van moeders.

De eerste spreker van de middag was Hans van Loon, voormalig secretaris-generaal van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht. Hij sprak over kinderontvoeringszaken vanuit mensenrechtelijk oogpunt en ging hierbij in op actuele jurisprudentie. Hij drukte zich kritisch uit over de sectie regels voor grensoverschrijdende kinderontvoering in de Verordening Brussel II-bis en sloot zijn betoog af met de woorden: “We hebben het er maar mee te doen.” Vervolgens sprak Simone van der Hof over digitale kinderrechten. Zij gaf ons een inkijkje in de impact van de digitale wereld op kinderen en leerde het publiek veel nieuwe termen, zoals sharents (ouders die op sociale netwerksites veel over hun kinderen vertellen) en online profiling (commercialisering van de leefomgeving van kinderen). Tot slot concludeerde zij dat de wetgeving op dit terrein achterhaald is door de voortschrijdende technologische ontwikkelingen en dat de rechten en persoonsgegevens van kinderen onvoldoende, of soms zelfs in het geheel niet, beschermd zijn. Aansluitend zette Jan Biemans de positie van het onterfde kind uiteen. Hij stelde dat de belangen van het minderjarige kind in het erfrecht niet optimaal zijn gewaarborgd. De wettelijk vertegenwoordiger heeft vaak te maken met een kennisachterstand en heeft tevens een tegenstrijdig belang bij actief handelen. De geldvorderingen die het kind in theorie heeft, worden vanwege het verbintenisrechtelijke karakter van deze vorderingen in de praktijk niet altijd waargemaakt.

Foto UCERF symposium 2014 (3)

Susanne Burri trapte het tweede gedeelte van de middag af met een betoog over arbeid en zorg in familierelaties, en dan met name over de verlofrechten van vaders en wensmoeders. Een reeks aan zaken van het Europese Hof voor Justitie kwam aan bod. Deze zaken vertonen zorgwekkend genoeg geen consistente lijn, waardoor deze volgens Burri “een zorgenkind” genoemd kunnen worden. Daarna gaf Wil Portegijs een presentatie over vrouwen en economische zelfstandigheid. Met data werd aangetoond dat slechts de helft van de vrouwen van 20 tot 64 jaar financieel zelfstandig is. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat Nederlandse vrouwen kampioen deeltijd zijn. Opmerkelijk is dat ook als de kinderen groter worden de Nederlandse vrouw in deeltijd blijft werken. Ondanks dat de semitraditionele taakverdeling hen in geval van scheiding kwetsbaar maakt, liggen zij niet wakker van deze cijfers. Dwars tegen de stijgende kansen op echtscheiding in, blijken vrouwen met een partner ervan uit te gaan dat hun relatie altijd stand houdt. Alexander Labohm sloot de middag af met een bijdrage over nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot partneralimentatie. Wij zijn erg blij en dankbaar dat hij op het laatste moment Myriam de Bruijn-Lückers kon vervangen. Labohm benadrukte dat de twaalfjaarstermijn een maximum betreft en dat alimentatie ook voor een kortere termijn kan worden toegewezen, mits advocaten hier gemotiveerd een beroep op doen. Het is dan ook niet noodzakelijk om de alimentatietermijn te verkorten! Wel dient er zijns inziens nagedacht te worden over een onderhoudsverplichting voor samenlevende partners.

Na afloop kondigde Katharina Boele-Woelki aan dat het negende UCERF-symposium zal plaatsvinden op 16 april 2015. Schrijf deze datum alvast in uw agenda!

De bundel kan hier besteld worden:
http://www.arsaequi.nl/libri-uitgave/14625/UCERF_8_%96_Actuele_ontwikkelingen_in_het_familierecht.html.

 
Delen: