WODC Rapport: draagmoederschap en illegale opneming van kinderen

In 2011 hebben medewerkers van het UCERF een door het WODC aangevraagd onderzoek naar draagmoederschap en illegale adoptie afgerond. Dit onderzoek heeft geresulteerd in het rapport Draagmoederschap en illegale opneming van kinderen. Uit dit onderzoek naar draagmoederschap en illegale opneming van kinderen waarin dertien rechtsstelsels zijn geanalyseerd (Californië, Griekenland, India, Oekraïne, België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Noorwegen, Polen, Spanje en Zweden) komen onder meer de volgende drie bevindingen naar voren:

  • Draagmoederschap is in Nederland niet in detail geregeld. Het strafrecht bevat een aantal bepalingen in het kader van draagmoederschap. Het afstammings- en adoptierecht bevatten geen specifieke bepalingen omtrent draagmoederschap;
  • Er is in het Nederlandse recht geen helder onderscheid tussen altruïstisch en commercieel draagmoederschap;
  • Er is onduidelijkheid met betrekking tot de erkenning in Nederland van ouderschap dat in het buitenland na draagmoederschap tot stand is gekomen.

Een belangrijke conclusie die uit het onderzoek voortvloeit, is dat zowel het Nederlandse materiële recht alsook het Nederlandse internationale privaatrecht geen eenduidige antwoorden geeft op vragen die naar aanleiding van draagmoederschap en illegale opneming van kinderen ontstaan. Dit leidt tot onduidelijkheid over de juridische positie van het kind dat wordt geboren na draagmoederschap en tot onzekerheid over de juridische positie van wensouders en draagouders. De afspraken die partijen maken over het draagmoederschapstraject en de overdracht van het kind kunnen niet in rechte worden afgedwongen en het is niet voorspelbaar hoe de rechter zal oordelen als de afgifte van een kind wordt geweigerd.

Voor een Nederlandse samenvatting van het rapport, klik hier. Voor een pdf-versie van het rapport, klik hier.

 
Delen: